Rijksoverheid

Kennisbank Arbeidszaken Publieke Sector Statistieken en rapporten over personeel en organisatie

Definities en begrippen

Of kies een beginletter

  1. A
  2. B
  3. C
  4. D
  5. E
  6. F
  7. G
  8. H
  9. I
  10. J
  11. K
  12. L
  13. M
  14. N
  15. O
  16. P
  17. Q
  18. R
  19. S
  20. T
  21. U
  22. V
  23. W
  24. X
  25. Y
  26. Z

A

ABP

Stichting Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds

AOW

Algemene Ouderdomswet. De AOW is een basispensioen voor mensen die 65 jaar of ouder zijn. Als men in Nederland woont of werkt dan bouwt men AOW-rechten op. De SVB betaalt het AOW-pensioen uit.

Arbeidsongeschikten

Met ingang van 1 januari 1998 is voor Overheid en Onderwijs de WAO ingevoerd. Op 1 januari 2006 (formeel op 29-12-2005) is de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) in werking getreden. De wet bestaat uit twee delen: de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA).

Arbeidsparticipatie

Het aandeel van de werkzame bevolking van 15 tot en met 64 ten opzichte van alle personen in deze leeftijdscategorie (niet seizoengecorrigeerd).
Dit is de netto-arbeidsparticipatie. Voor de bruto-arbeidsparticipatie worden zowel de werkzame als de werkloze beroepsbevolking meergerekend.

AVV

Algemeen Verbindend Verklaring collectieve arbeidsovereenkomst

B

BBP

Bruto Binnenlands Product

Beëindiging Uitkering

Een uitkering wordt als beëindigd aangemerkt als de reden voor de uitkering wegvalt: herstel, het vinden van een baan, bereiken 65-jarige leeftijd, etc. Het is, vooral in de WW, mogelijk dat één persoon meerdere keren per jaar zijn uitkering beëindigt, dus meerdere keren als beëindigde uitkering wordt aangemerkt.

Beroepsbevolking

Alle personen (15 tot 65 jaar) die: ten minste twaalf uur per week werken, of werk hebben aanvaard waardoor ze ten minste twaalf uur per week gaan werken, of verklaren ten minste twaalf uur per week te willen werken, daarvoor beschikbaar zijn en activiteiten ontplooien om werk voor ten minste twaalf uur per week te vinden.

BZK

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

C

Cao

Collectieve arbeidsovereenkomst

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

CPB

Centraal Planbureau

D

Databron

Voor 'Openbaar bestuur':

  • Sector Rijk Bron: IPA-systeem, SAP payroll
  • Sector Gemeenten Bron: ABP
  • Sector Provincies Bron: ABP
  • Sector Rechterlijke Macht Bron: IPA-systeem, SAP payroll, ABP
  • Sector Waterschappen Bron: ABP

Voor 'Onderwijs en Wetenschappen':

  • Sector Primair Onderwijs Bron: CASO, ABP, DUO
  • Sector Voorgezet Onderwijs Bron: CASO, ABP, DUO
  • Sector Middelbaar Beroepsonderwijs Bron: CASO, ABP, DUO
  • Sector Hoger Beroepsonderwijs Bron: CASO, ABP
  • Sector Wetenschappelijk Onderwijs Bron: ABP
  • Sector Onderzoekinstellingen Bron: ABP
  • Sector Universitair Medische Centra Bron: ABP

voor 'Veiligheid':

  • Sector Defensie Bron: NSK (Nieuw Salarissysteem Krijgsmacht)
  • Sector Politie Bron: PolBIS (De cijfers van deze publicatie en de cijfers van sector Politie kunnen vanwege afwijkende definities kleine verschillen vertonen)

De instroom en uitstroom gegevens zijn afkomstig uit de ABP bestanden. De gegevens betreffende ZBO's zijn afkomstig van de departementen. De gegevens betreffende de sociale verzekeringen (WW, WAO, WIA) zijn afkomstig van UWV. De gegevens die betrekking hebben op het opleidingsniveau zijn afkomstig uit het Personeels- en Mobiliteitsonderzoek (steekproef!). De gegevens betreffende etniciteit zijn afkomstig van ABP en GBA bestanden.

Deeltijd

Van deeltijd is sprake als niet de volledige gebruikelijke arbeidsduur gewerkt wordt. De gebruikelijke arbeidsduur is niet in alle sectoren gelijk. De omvang van een volledige werkweek per sector bedraagt ultimo 2008: Openbaar bestuur: de sectoren Rijk, Gemeenten, Provincies en Rechterlijke Macht: 36 uur per week; de sector Waterschappen 37 uur per week. Onderwijs en wetenschappen: De sectoren Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Beroepsonderwijs werken niet met het begrip volledige werkweek. Ten behoeve van de sociale verzekeringen wordt een werkweek gedefinieerd als 36,86 uur. De sectoren Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoekinstellingen kennen een werkweek van 38 uur. De sector Universitair Medische Centra heeft een werkweek van 36 uur. Veiligheid: de sector Defensie kent een werkweek van 38 uur. Bij de sector Politie geldt een werkweek van 36 uur, met de keuze 38 uur te mogen werken. Bij de sector Politie worden de aspiranten meegeteld voor het deel dat ze werkzaam zijn en drukken daarom de deeltijdfactor bij de sector Politie.

Deeltijdfactor

De deeltijdfactor geeft aan welk deel men van de volledige gebruikelijke arbeidsduur werkzaam is.

Demografische Druk

De verhouding (in procenten) van het aantal personen in de leeftijd 0 tot 20 jaar en 65 jaar en ouder t.o.v. het aantal personen in de leeftijd 20 tot 65 jaar.

DUO

De IB-Groep en CFI vormen vanaf januari 2010 één organisatie: Dienst Uitvoering Onderwijs. DUO financiert en informeert onderwijsdeelnemers en onderwijsinstellingen.

E

ECABO

Kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voor de economisch/administratieve, ICT- en veiligheidsberoepen

EMU

Economische en Monetaire Unie

F

Flitspanel

Het flitspanel is een panel waarin overheidswerknemers uit alle overheidssectoren vertegenwoordigd zijn. Onder het panel wordt periodiek enquêtes afgenomen. De onderwerpen zijn uiteenlopend maar hebben altijd te maken met arbeidszaken en de overheid. Het panel is eigendom van het ministerie van BZK.

FLO

Functioneel Leeftijdsontslag. Een prepensioenregeling voor o.a. uitvoerend politiepersoneel, brandweerpersoneel en militairen.

FPU

Flexibel Pensioen en Uittreden, een regeling voor vervroegde uittreding. De voorwaarden om gebruik te maken van de FPU zijn:

  • geboren voor 1-1-1950 en
  • sinds 1-4-1997 onafgebroken deelnemer bij ABP

Met FPU mag men vanaf het 55ste levensjaar gedeeltelijk of helemaal stoppen met werken. Hoe eerder men stopt, hoe lager het FPU. Met FPU overbrugt men de jaren tot het ABP-ouderdomspensioen.

G

GVB

Gemeentelijk Vervoersbedrijf

H

HBO

Hoger beroepsonderwijs

Hogere Functies

Hogere functies zijn gedefinieerd als de functies die qua fulltime bezoldiging vallen in de bovenste 10 procent van de inkomens.

Hoog Opgeleid

De hoogst genoten opleiding is op HBO-niveau of hoger.

I

Inactiviteit

Onder "inactiviteit" verstaat men die personen die behoren tot de bevolking van 15 tot 65 jaar die niet (meer) werkzaam. Er kan onderscheid gemaakt worden in betaalde en onbetaald inactiviteit. Onder betaalde inactiviteit verstaat men die personen die behoren tot de beroepsbevolking, maar niet meer werkzaam zijn vanwege werkloosheid (WW) en/of arbeidsongeschiktheid (WAO/WIA) en of het gebruik van een prepensioenregeling (FLO/FPU). Tot de onbetaalde inactieven rekent met mensen die om andere redenen niet werken (bijvoorbeeld vanwege zorgtaken of scholing), maar die niet via werknemersverzekeringen betaald worden.

Instroompercentage

Het aandeel nieuwe werknemers dat in het verslagjaar in dienst getreden is en ultimo verslagjaar nog steeds in dienst is t.o.v. van het gemiddelde aantal personen. Merk op! Werknemers behorend tot werkgevers die zijn toegetreden tot een van de 14 arbeidsvoorwaardelijke sectoren worden ook als instroom aangemerkt.

IPSE

Centrum voor Innovatie en Publieke Sector Efficiëntie Studies

IVA

De regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten, is onderdeel van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).

K

Kerngegevens

Kerngegevens Overheidspersoneel. Gegevens over de omvang en de samenstelling van de overheid en de overheidssectoren die jaarlijks op Prinjesdag gepubliceerd worden door het Ministerie van BZK in de Trendnota Arbeidszaken Overheid. De Trendnota is een bijlage bij de Rijksbegroting.

M

MBO

Middelbaar beroepsonderwijs

Minimumloon

Het minimumloon is per 1 juli 2011 (bron ministerie SZW) exclusief vakantiebijslag Euro 1.435,-

Een overzicht van de ontwikkeling in de afgelopen jaren (per 1 juli): 2004 - 1.265,- ; 2005 - 1.273,- ; 2006 - 1.285,- ; 2007 - 1.317,- ; 2008 - 1.357,- ; 2009 - 1.381,-; 2010 - 1.416,-; 2011 - 1.435,-

Modaal Inkomen

Het bruto modaal inkomen is het inkomen dat dicht onder de premie-inkomensgrens voor de zorgverzekeringswet ligt. Deze grens wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de gemiddelde loonstijging in de bedrijvensector. In Nederland gebruikt men het begrip modaal inkomen als referentiepunt om inkomenseffecten van maatregelen door de overheid te bepalen. Het bruto modaal inkomen moet niet verward worden met het statistisch modaal inkomen. Het statistisch modaal inkomen is het meest voorkomende inkomen.

Een overzicht van de ontwikkeling van het modaal inkomen in de afgelopen jaren: 2004 - 29.500,-; 2005 - 29.000,-; 2006 - 30.000,-; 2007 - 30.000,-; 2008 - 31.500,- ; 2009 - 32.500,-; 2010 - 32.500,-; 2011 - 32.500,-; 2012 - 33.000,-

N

Niet-Westerse Allochtonen

Allochtonen die ofwel zelf ofwel van wie een van beider ouders geboren is in een van de landen in de werelddelen Afrika, Latijns-Amerika en Azië (excl. Indonesië en Japan) of Turkije. Uitzondering hierop vormen kinderen die in voornoemde werelddelen geboren zijn uit autochtonen Nederlandse ouders (CBS-definitie).

Nieuwe Uitkering

Een uitkering wordt als nieuw aangemerkt als een uitkering in de verslagperiode wordt aangevraagd en verkregen. Voornamelijk in de WW is het mogelijk dat één persoon meerdere keren per jaar een uitkering aanvraagt en krijgt, dus meerdere keren als nieuwe uitkering wordt aangemerkt.

O

OCW

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

OESO

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

Ouderdomspensioen

Het deel van uw pensioenregeling dat tot uitkering komt op 65-jarige leeftijd. Let op: het gaat hier om de aan werk gerelateerd pensioenregeling, niet om de AOW (zie aldaar).

P

Pensioen

Het deel van uw pensioenregeling dat tot uitkering komt op 65-jarige leeftijd. Let op: het gaat hier om de aan werk gerelateerd pensioenregeling, niet om de AOW (zie aldaar). De pensioenregeling van overheidswerknemers wordt uitgevoerd door het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP).

Personeels- En Mobiliteitsonderzoek

Het Personeels- en Mobiliteitsonderzoek is een tweejaarlijks onderzoek dat in opdracht van het Minisiterie van BZK wordt uitgevoerd. In het onderzoek komen uiteenlopende onderwerpen aan de orde, zoals bijvoorbeeld: de aantrekkelijkheid van overheidswerkgevers, voorkeuren voor en waardering van arbeidsvoorwaarden door overheidwerknemers en werknemers uit de zorg- en marktsector, en verschillen in interne en externe mobiliteit van deze groepen.

Personeelsonderzoek

Het Personeels- en Mobiliteitsonderzoek is een tweejaarlijks onderzoek dat in opdracht van het Minisiterie van BZK wordt uitgevoerd. In het onderzoek komen uiteenlopende onderwerpen aan de orde, zoals bijvoorbeeld: de aantrekkelijkheid van overheidswerkgevers, voorkeuren voor en waardering van arbeidsvoorwaarden door overheidwerknemers en werknemers uit de zorg- en marktsector, en verschillen in interne en externe mobiliteit van deze groepen.

R

Rijk

In deze publicatie rekenen wij bij de arbeidsvoorwaardelijke sector Rijk de ministeries (met uitzondering van het ministerie van Defensie) en de Hoge Colleges van Staat. In het kader van het Programma Vernieuwing Rijksdienst, waarvan een rijksbrede taakstelling van circa 12.800 fte over de periode 2007-2011 deel uitmaakt, wordt een ruimere definitie gehanteerd ten aanzien van het begrip rijksdienst. De uitgangspositie in het Programma omvat 149.138 fte bij ministeries, agentschappen en 35 ZBO´s. Per eind 2009 telde de rijksdienst volgens deze definitie 147.006 fte. De ondersteuning van de magistratuur, de rijksonderdelen van politie, het bestuursdepartement van defensie alsmede de MIVD en de Hoge Colleges van Staat vormen hierin aparte onderdelen. Meer informatie over de afbakening van de rijksdienst is te vinden in de Nota Vernieuwing Rijksdienst en de jaarlijkse voortgangsrapportages aan het Parlement, verkrijgbaar via de website www.vernieuwingrijksdienst.nl. Verder zij opgemerkt dat de omvang van de rijksdienst wordt gemeten op basis van feitelijke bezetting in fte. Ook dit verschilt op onderdelen van de meetwijze die in de voorliggende publicatie wordt gehanteerd.

ROA

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt

ROP

Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid

RWT

Rechtspersoon met een Wettelijke Taak

S

SBL

Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel

SCO

Samenwerkende Centrales Overheidspersoneel

SCP

Sociaal en Cultureel Planbureau

STAR

Stichting van de Arbeid

U

Uitkering

De som van alle uitkeringen gedurende het verslagjaar. Dit bedrag is inclusief de vakantietoeslag. Het uitkeringspercentage van de WAO is in 2007 voor de volledig arbeidsongeschikten verhoogd.

Uitstroompercentage

Het aandeel uitgestroomde werknemers dat in het verslagjaar uit dienst getreden is t.o.v. van het gemiddelde aantal personen.

UMC

Universitair Medische Centra

UWV

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen

V

VGS

Vereniging van Gemeentesecretarissen

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

VPT

Veilige Publieke Taak

VSO

Verbond Sectorwerkgevers Overheid

W

WAO

Met ingang van 1 januari 1998 is voor Overheid en Onderwijs de WAO ingevoerd. Op 1 januari 2006 (formeel op 29-12-2005) is de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) in werking getreden. De wet bestaat uit twee delen: de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA).

WBDO

Werken bij de overheid

Werkgever

De definitie van werkgever is ontleend aan de coderingsmethodiek van ABP. Ter toelichting:

Openbaar bestuur

  • Sector Rijk: de ministeries (met uitzondering van het ministerie van Defensie) en de Hoge Colleges van Staat. De uitvoerende diensten van ministeries zijn veelal bij het (moeder)ministerie ondergebracht. Zo hebben bijvoorbeeld de verschillende belastingkantoren als werkgever het ministerie van Financiën en zijn de justitiële inrichtingen bij de werkgever ministerie van Justitie ingedeeld.
  • Sector Gemeenten: de gemeenten. Ook gemeentelijke stichtingen en gemeentelijke bedrijven worden tot deze sector gerekend, mits de volledige financiële verantwoording hiervan is opgenomen in de gemeentebegroting.
  • Sector Provincies: de Provincies. Ook provinciale stichtingen en provinciale bedrijven worden tot deze sector gerekend, mits de volledige financiële verantwoording hiervan is opgenomen in de provinciale begroting.
  • Sector Rechterlijke Macht: de zittende en de staande magistratuur. Het administratief personeel en ander personeel in dienst bij het ministerie van Justitie behoort tot de sector Rijk.
  • Sector Waterschappen: de Waterschappen.

Onderwijs en Wetenschappen

  • De onderwijsinstellingen. Hierin zijn opgenomen de sectoren: Primair Onderwijs (PO); Voortgezet Onderwijs (VO); Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO); Hoger Beroepsonderwijs (HBO) en Wetenschappelijk Onderwijs (WO). Bij de sectoren Primair en Voorgezet Onderwijs zijn de werkgevers in veel gevallen de besturen van een samenwerkingsverband van scholen. De werkgevers die zich verenigd hebben in het COLO (Centraal Orgaan van Landelijke Opleidingsorganen) zijn ondergebracht bij het MBO.
  • Sector Onderzoekinstellingen: de Onderzoekinstellingen.
  • Sector Universitair Medische Centra: de Academische Ziekenhuizen.

Veiligheid

  • Sector Defensie: twee werkgevers: de krijgsmacht en het burgerpersoneel. Deze tweedeling omvat ook het ministerie van Defensie.
  • Sector Politie: de regionale politiekorpsen, het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) en de Nederlandse Politieacademie (NPA).
Werklozen

Met ingang van 1 januari 2001 is bij Overheid en Onderwijs de WW ingevoerd. Werknemers bij Overheid en Onderwijs krijgen vanaf die datum na ontslag een WW-uitkering. Oude gevallen van vóór 1 januari 2001 behouden hun aanspraken op de toen geldende wachtgeldregelingen. De instroomcijfers en uitstroomcijfers van de WW (verslagjaar 2007) zijn vanwege een correctie in de telwijze aangepast.

Werknemers Overheid En Onderwijs

Onder de werknemers Overheid en Onderwijs worden in deze publicatie de werknemers verstaan die behoren tot de 14 arbeidsvoorwaardelijke overheidssectoren. Deze sectoren behoren tot de taakvelden: Openbaar Bestuur (Rijk, Gemeenten, Provincies, Rechterlijke Macht, Waterschappen), Onderwijs en Wetenschappen (Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs, Hoger Beroepsonderwijs, Wetenschappelijk Onderwijs, Onderzoekinstellingen, Universitair Medische Centra) en Veiligheid (Defensie, Politie). Deze 14 sectoren worden als geheel aangeduid met Overheid en Onderwijs.

Werkzame Personen

Werkzame personen zijn alle mensen in de leeftijd van 15 jaar en ouder die in Nederland wonen en een betaalde werkkring hebben, ongeacht de omvang daarvan. Zij kunnen zowel in Nederland als bij een in het buitenland gevestigd bedrijf werkzaam zijn.

WGA

Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. Onderdeel van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).

WIA

Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. De wet bestaat uit twee delen: de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA).

WNT

Wet Normering Topinkomens

WW

Werkloosheidswet

Z

ZBO

Een ZBO is een zelfstandig bestuursorgaan op het niveau van de centrale overheid, dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan de minister. De informatie over ZBO's in deze publicatie beperkt zich tot de ZBO's die zijn opgenomen in het programma vernieuwing Rijksdienst.