Hoeveel nieuwe werknemers heeft de overheid de komende jaren per sector nodig? De vervangingsvraag is de behoefte aan personeel als gevolg van het openvallen van arbeidsplaatsen omdat medewerkers vertrekken. Medewerkers kunnen stoppen met werken (prepensioen, pensioen, ziekte en arbeidsongeschiktheid, zorgtaken voor kinderen of een andere reden) of naar een andere baan en/of werkgever vertrekken. Als opengevallen arbeidsplaatsen worden vervuld, groeit of krimpt de organisatie in principe niet. Maar het personeelsbestand kan ook toe- of afnemen. In de private sector zijn het vooral marktomstandigheden die hiervoor bepalend zijn, in de publieke sector is dit veelal het gevolg van politieke besluiten over taken en budgetten. De bezuinigingen en taakstellingen van het kabinet-Rutte I zijn gericht op het verlagen van de uitgaven en verminderen van de personele omvang van de overheid.
De omvang van de vervangingsvraag in de nabije toekomst is behoorlijk goed te voorspellen en wordt sterk gestuurd door de mate van vergrijzing van het personeelsbestand. Op de pagina Vergrijzing is te zien hoeveel 50-plussers er in 2010 per overheidssector actief waren en hoe dat aandeel zich in recente jaren heeft ontwikkeld. De gemiddelde uittreedleeftijd was in 2009 bijna 62 jaar. Vrijwel alle werknemers die in 2009 50 jaar of ouder waren, zullen dus rond 2020 uit het arbeidsproces zijn getreden. De uitstroom zoals die zich in de afgelopen jaren heeft voorgedaan is op de pagina Uitstroom van personeel te zien. Het betreft de totale uitstroom en er wordt een indicatie gegeven van de richting van die uitstroom in 2010. De nadruk ligt sterk op vergrijzing en ouderen, maar voor de organisatie is het van essentieel belang om ook voldoende jongeren te werven en vast te houden. Op de laatste pagina Jongeren wordt het aandeel van jongeren in het personeelsbestand en het absolute aantal jongeren weergegeven.